Het Nationaal Archief heeft een overeenkomst gesloten met Pictoright om 100.000 foto’s toegankelijk te maken. Alleen via hun eigen beeldbank, en daar betalen ze voor: één bedrag, dat Pictoright dan gaat verdelen, voor rechten van alle foto’s waarvan de makers bekend zijn. En voor een vrijwaring, voor de foto’s waarvan de maker niet bekend is.
Het Nationaal Archief heeft een nuttige FAQ Auteursrechten fotocollecties gemaakt met uitleg en achtergrondinfo. Op diverse websites is het verhaal besproken: hier en hier.
Broodwinning
De auteur van de FAQ van het Nationaal Archief, Wouter Daemen, reageert op die twee sites met uitgebreide aanvullingen, met nogal veel nadruk op de wet en de makers. Zo schrijft hij: “Voor (deze) fotografen en schrijvers van 30/40 jaar geleden, wiens materiaal inmiddels zijn weg naar de archieven heeft gevonden, vormen de inkomsten uit het auteursrecht een aanzienlijk aandeel van hun pensioen.”
Het beeld dat bejaarde vaklui het brood uit de mond wordt gestoten is wel wat dramatisch aangezet. De vergoeding die Pictoright ontvangt om onder de fotografen te verdelen is volgens het Nationaal Archief zelf bescheiden. Het gaat vast niet om courante foto’s met grote commerciële mogelijkheden, en de kans dat een fotograaf een boterham minder zou moeten gaan eten als z’n foto te downloaden was lijkt me niet groot. Maar dat doet niets af aan het principe dat als levende fotografen een vergoeding willen ontvangen voor hun werk, ze die moeten krijgen.
Vrijwillig collectief
Ook kan niemand er bezwaar tegen hebben als makers ervoor kiezen zich te laten vertegenwoordigen door een organisatie als Pictoright. Maar ‘kiezen’ is wel een sleutelwoord hier. Kun je als rechthebbende eigenlijk bedanken voor de diensten van Pictoright (of BUMA-Stemra, of een van die andere 17 (!) collectieve rechtenorganisaties, met hun brancheorganisatie VOI@E)? Je afmelden via een of ander handig register op internet? Juist als het over kleine bedragen gaat zou een fotograaf vrije beschikbaarheid kunnen prefereren boven administratie rond rechten en vergoedingen. Of misschien willen sommigen juist helemaal niet dat hun foto’s op het web beschikbaar komen.
Aangenomen dat Pictoright met z’n achterban op één lijn zit, dan is de vraag is of het Nationaal Archief deze collectieve overeenkomst moet willen. Er zitten serieuze beperkingen aan, en met zulke halfheid is de regeling ingewikkeld, en lastig in de praktijk. De een noemt de overeenkomst een belangrijke stap voorwaarts, de ander een babystapje, maar het is tenminste iets. Wat ik erger vind is het gebrek aan principiële stellingname over verweesde werken, wat de deur kan openen voor meer rechtengedoe waar je minder zou wensen.
Onbekenden
De uitholling van het karig pensioen waar Daemen mee schermt is helemaal geen factor voor het deel van de overeenkomst over foto’s waarvan de rechthebbenden onbekend zijn. Die onbekenden kunnen ook nu immers ook niets aan hun werk verdienen, omdat niemand weet dat het van hen is. Misschien zijn ze al lang geleden gestorven en is hun materiaal nu rechtenvrij. Of was de rechthebbende een overheidsorgaan dat sinds decennia niet meer bestaat.
Bij die onbekende makers en hun verweesde werken wringt ‘m de schoen. Omdat het uitgangspunt bij de regeling is geweest dat het belang van rechthebbenden voorop staat, ook als die rechthebbenden niet bekend zijn. Dat gaat mijn verstand te boven. We weten niet óf er iemand rechten kan doen gelden, we weten niet wie, maar we gaan toch een regeling treffen voor makers die benadeeld zouden kunnen worden. En we treffen die regeling met een organisatie die handelt namens onbekenden die niet eens weten dat ze vertegenwoordigd worden.
Rechten zonder rechthebbenden?
Waarom gaat het Nationaal Archief mee met rechtenclubs die glashard streven “naar maximale vergoedingen voor visuele makers” (missie van Pictoright)? Waarom niet gekozen voor het principiële standpunt dat verweesd materiaal in het publieke domein gebracht kan en moet worden? Auteursrecht is bedacht om belangen van een maker te beschermen, en als we niet meer weten wie die maker is, dan valt er ook niks meer te beschermen, toch? Men is gezamenlijk druk bezig niemand te benadelen, terwijl er soms geeneens iemand is die benadeeld kan worden.
Dat de wet geen ruimte biedt om rechten te laten vervallen, tja. De wet is mensenwerk van vroeger en wetten veranderen niet als wij ze niet doen veranderen. Een Nationaal Archief, als hoeder bij uitstek van het publieke domein, had hier een kans het principiële standpunt in te nemen en uit te dragen dat er zonder rechthebbenden ook geen rechten meer kunnen zijn.
En ook geen belangenbehartiging. Nu is niet alleen een constructie opgezet voor rechten van onbekende (of zelfs niet-bestaande) makers, het is ook nog gedaan met een organisatie die namens hen optreedt -waarmee erkend is dat zij dat doen kan. Nu gaat het slechts om een vrijwaring, maar wie zegt dat Pictoright als vertegenwoordiger geen (exclusieve) overeenkomsten aan zal gaan met anderen? Met partijen die het materiaal commercieel willen uitbuiten bijvoorbeeld. Op hun website staat “in alle activiteiten van Pictoright staat het belang van de rechthebbenden centraal.” Dat klinkt niet alsof ze alleen maar braaf op de pot met centjes gaan passen.
Voortouw
Een instelling die de publieke zaak dient zou het ook anders kunnen doen. Toestemming vragen moet, maar als het niet kan, toch doen wat je als je taak beschouwt. Ja, dan kun je last krijgen. Het Nationaal Archief zegt op p.8 van de FAQs :”Daar waar (commerciële) partijen het risico van een claim soms voor lief nemen, is het uitgesloten dat een overheidsinstelling en beeldbepalende instelling als het Nationaal Archief zich niet aan de auteurswet houdt.”
Uitgesloten, hoezo? Juist een beeldbepalende instelling moet het voortouw nemen. Wie anders? Het streekarchief Noord Beveland? En wat is het verschil: of je nu via een tussenpartij het risico afkoopt, of het geld op een spaarbankboekje zet voor het geval dat. Nou, het verschil is dit: in het eerste geval ben je je geld zeker kwijt, in laatste geval misschien, maar draag je niet bij aan het instandhouden van partijen die bestaan van andermens rechten.
Belang, wiens belang
Want waar hebben we het over? Het gaat hier godbetert om materiaal dat naar een publieke instelling was overgebracht omdat niemand er meer iets mee wilde, en omdat niemand wilde opdraaien voor de kosten van beheer en behoud. Waarvan niemand weet wie het gemaakt heeft, en dat met publiek geld gedigitaliseerd wordt. Zolang de afdrukken en negatieven in dozen lagen, had niemand er aandacht voor, maar nu het materiaal door inspanningen van het Nationaal Archief en rijkssubsidies toegankelijk kan worden, moet er ineens een tussenpartij iets komen regelen over rechten.
Had het Nationaal Archief de verweesde werken meteen op het web gezet, dan had de enkele arme fotograaf die z’n foto’s uit het oog verloren was ze zelf alsnog als oudedagsvoorziening kunnen claimen. Met minder heisa en veel minder kosten.
Tenslotte, wat ik vaak mis in dit soort betoog: de stem van de talloze amateurs en profs die alleen maar dolgraag willen dat hun foto’s worden bekeken en gebruikt. Ze legden vast wat ze de moeite waard vonden, en dat deden ze niet voor niks. In de kakofonie over vergoedingen en rechten en business modellen en exploitatie die uit de erfgoedwereld opklinkt hoor ik daar zelden of nooit iemand over. Wie zet zich eigenlijk in voor al die onbekende en vergeten makers die hoopten dat hun werk gezien zou worden, met of zonder vergoeding?












Een geweldig betoog Yola. Ik wist zelf niet zo goed hoe ik mijn ergernis moest verwoorden. Nou, zo dus! Dank je wel.
Misschien wil het Nationaal Archief de kosten voor de oprichting van een monument voor ‘de onbekende fotograaf’ bij elkaar sparen? Of komt het geld bij Pictoright terecht ??
Ik weet niet zeker of ik je goed begrijp, maar het Nationaal Archief betaalt Pictoright voor het gebruik van de foto’s en de vrijwaring voor foto’s van onbekende makers. Dus als er iemand zou kunne sparen is het Pictoright, en eigenlijk doen die dat ook, voor als de onbekende fotograaf opduikt om haar/zijn vergoeding te claimen.
Dank je voor de toelichting. Het was / is een beetje grappend en ook cynisch bedoelt. Hoewel er ergens wel een aansluiting ligt bij jouw laatste alinea en laatste zin over de onbekende en vergeten makers…
In algemene zin ben ik er voor dat een organisatie als het Nationaal Archief de discussie openbreekt en kiest voor een piepsysteem. Elders wordt die keuze ook gemaakt. Maar goed bij nadere lezing begrijp ik dat ze dan, in principe, geen toegang tot het materiaal, de foto’s zouden mogen geven…? Eigenlijk wel verwarrend allemaal. Op de één of andere manier zijn de foto’s afgestaan aan het Nationaal Archief, die doen alle werk als netjes bewaren, catalogiseren, documenteren, digitaliseren en dan gaat een derde organisatie toch worden ingeschakeld vanwege eventuele claims… Langzaam breekt mijn klomp. Je kunt ook Roomser zijn dan…
Het zou Pictoright sieren als ze samen met organisaties als archieven zouden streven naar het omzetten van auteursrecht naar Creative Commons. En dan zeker voor wat betreft het beeldmateriaal van onbekende makers.
Ik moet ook denken aan wat je vaker ziet bij de aftiteling van een tv-uitzending. “… heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van het uitgezonden materiaal te achterhalen. De aard van het materiaal brengt evenwel met zich mee dat in sommige gevallen de identiteit of verblijfplaats van rechthebbenden in redelijkheid niet kan worden achterhaald. Zij die menen rechten te kunnen doen gelden kunnen zich binnen 30 dagen melden via: redactie@example.org.” (bron: geschiedenis.vpro.nl).
Het NA legt uit waarom ze met zo’n ‘disclaimer’ niet weg menen te kunnen komen: je kunt zoiets pas zeggen als je moeite hebt gedaan rechthebbenden te achterhalen. Het speurwerk dat ze zouden moeten doen voor die onbekende makers is al te arbeidsintensief, dat kunnen ze niet doen. En als j ehet speurwerk niet doet, dan mag zo’n disclaimer ook niet.
[Ja dat 'Roomser dan' komt bij mij dan ook wel op].
Van een deel van de foto’s zijn de rechthebbenden wél bekend en hoeft de disclaimer niet vanwege de collectieve regeling via Pictoright.
Maar inderdaad, waarom roepen erfgoedinstellingen makers niet op om actief te melden dat dat voor hen allemaal niet zo hoeft en dat ze hun foto’s van 50 jaar terug best weg willen geven, goed idee!
Pictoright gaat dat vast niet doen want hun missie is nu juist zoveel mogelijk vergoedingen binnen te slepen. Over CC praten ze niet eens.
Sterke post! Goed om te lezen dat de discussie nu echt losbarst. Vergeef me nog één, waarschijnlijk wederom lange reactie..
Het blijft nu eenmaal een interessant onderwerp en stof voor discussie.
Je constateert terecht dat ik de nadruk op de rechthebbenden leg, omdat ik vind dat deze groep voorheen vaak onderbelicht bleef. Begrijp me niet verkeerd, ik ben een enorme voorstander van het delen en hergebruik van cultureel erfgoed en ik deel de frustratie dat het momenteel vaak nagenoeg onmogelijk is om prachtig materiaal op het net het podium te geven dat het verdient, maar niet ten koste van andermans intellectueel eigendom. Ik deel nog steeds het standpunt van het Nationaal Archief, zoals ook verwoord in de FAQ’s dat:
‘het louter en alleen tonen van de gedigitaliseerde fotocollecties aan het publiek op een online beeldbank kosteloos toegestaan zou moeten zijn voor door de overheid gefinancierde erfgoedinstellingen en archieven, gezien de publieke en cultuur-historische taak die ze te vervullen hebben en het vele overheidsgeld dat er gestoken wordt in de duurzame preservering en conservering van het materiaal.’
Punt blijft – en ik val wellicht in herhaling, maar ik kan het niet vaak genoeg zeggen – dat bij de huidige (achterhaalde) wettelijke kaders dat echter (helaas) geen haalbare kaart is.
Het Nationaal Archief heeft als gevolg niet gekozen voor de 100.000-voudige inbreuk op de huidige auteurswet (van materiaal waarop aantoonbaar nog auteursrecht berust!) en de onvermijdelijke confrontatie met de rechthebbenden, maar voor gesprek en samenwerking. Hopelijk blijkt jouw wens, die ik ten volste deel, dat rechthebbenden inderdaad het initiatief alleen maar blijken toe te juichen de waarheid en zullen andere instellingen er snel hun voordeel mee kunnen doen. Wellicht een suffe polderoplossing waar je het mee eens kunt zijn of niet, maar ik denk dat er door overleg hopelijk sneller wat aan de huidige auteurswet kan veranderen (ten gunste van beide partijen) dan het juridisch te gaan uitvechten. Van de overheid en Europa hoeven we voorlopig niet veel te verwachten. Brussel is hopeloos verdeeld en neigt vooralsnog nog steeds naar het individueel uitzoeken van rechthebbenden voordat online beschikbaarstelling is toegestaan (over een onmogelijke en onbetaalbare oplossing gesproken!!)
Ik zou het mooi vinden om deze discussie wellicht een keer een podium te geven of er in ieder geval over verder te praten, om hopelijk snel tot volgende stappen – of echte oplossingen zo je wil – te komen. De discussie kan dan ook breder worden getrokken: de vraag kan worden voorgelegd aan instituten als het Maria Austria Instituut of het Nederlands Fotomuseum, toch ook erfgoedinstellingen, waarom zij er tijdens de onderhandelingen voor kozen om aan de kant van de rechthebbenden aan tafel te schuiven? Of waarom de KB een soortgelijke overeenkomst sloot voor het digitaliseren van kranten?
Het principe dat je intellectueel eigendom respecteert onderschrijf ik van harte, maar niet tot in het oneindige -want het hele systeem, verbonden als het is met marktwaarde en exploitatie, leidt wel tot absurde toestanden voor erfgoed.
‘Niet ten koste van andermans intellectueel eigendom’, wat betekent het in de praktijk? Voor verweesde werken geldt dat niemand schade lijdt, iets kwijtraakt, ook wordt er niemand rijk over de rug van een ander. Waarom dan een regeling met een organisatie die erop uit is vergoedingen te maximaliseren? Dat versterkt het beeld dat het handel is.
En als de fotograaf bekend is maar het betalen van vergoeding te ingewikkeld/kostbaar, is dat niet veelzeggend? Werk dat 20 of 30 jaar niet gebruikt is en ergens in een archief ligt, dat in feite is afgeschreven, ook door de maker, en dat niemand meer wil exploiteren -waarom moeten we ineens gaan doen alsof die fotograaf *schade* lijdt als het werk zonder meer op het web wordt gezet?
Het zou zo mooi zijn als een instelling dat gepraat over vergoedingen en schade en rechten en afkopen eens op z’n kop zette. Het Nationaal Archief had ook kunnen zeggen: “dat werk krijgt door het geld dat wij erin steken een kans op een tweede leven, dat is geweldig voor die fotografen, en als ze dat niet kunnen waarderen dan laten we het in de la liggen en ziet niemand het ooit nog, jammer maar helaas.”
De auteurswet verander je daardoor niet, maar je stelt je wel op als erfgoedbeheerder voor publieke dienstverlening, die zich buiten elk commercieel krachtenveld plaatst. Als het gaat om materiaal dat niet te exploiteren valt en alleen maar geld kost, dan is het inderdaad absurd om van duur belastinggeld wel vergoedingen te betalen aan makers – die zonder jouw digitaliseringsinspanning helemaal nooit meer iets aan dat werk zouden verdienen!
(Als het werk wél te exploiteren is, dan zou een commerciële partij de zaak wel digitaliseren, beheren en vermarkten.)
Het zou aardig zijn van de KB te horen over hun onderhandelingen met krantenuitgevers over rechten. Ooit waren kranten als NRC tegen een afspraak met de KB omdat ze zelf hun kranten zouden gaan digitaliseren en exploiteren. Volgens mij zijn sommige daar van teruggekomen omdat er niks te exploiteren valt. Dat er dan anderzijds ook door de KB wel weer betaald zou worden aan makers, inderdaad, wisten we daar maar meer van!
Een dag hierover praten wordt pas boeiend als instellingen wat anders doen en zeggen dan ‘wij kunnen niks want de auteurswet is nu eenmaal zo’. Dat het Nationaal Archief iets heeft weten te regelen is op zich belangrijk, en dat ze zoveel openheid verschaffen over hun beweegredenen vind ik top! Nu de KB nog, en het Fotomuseum.
Het zou prachtig zijn als het Nationaal Archief in de overeenkomst met Pictoright had bedongen, dat alle of in ieder geval de verweesde werken voor iedereen vrij te gebruiken zijn, dus niet alleen op de site van het Nationaal Archief, bijvoorbeeld onder een Creative Commons-licentie (evt. non-commercial). Dan zou er echt een stap gezet zijn naar de oplossing van het probleem van de auteursrechten op erfgoed.
De echte oplossing moet van de wetgever komen, die de duur van het auteursrecht zou kunnen beperken, of het citaatrecht zou kunnen verruimen, zodat erfgoed via internet nog veel meer mensen gaat bereiken. Dat dit het pensioen van fotografen substantieel zou aantasten vind ik erg onwaarschijnlijk.
Ondersteunen het Nationaal Archief en Pictoright het actief afstand doen, c.q. omzetten in een Creative Commons licentie door rechthebbenden. Als zij dat willen, is daar dan een eenvoudige procedure voor?
Misschien mag ik namens Pictoright ook een reactie plaatsen. In de eerste plaats wil ik graag aangeven dat ik de inhoudelijke benadering van deze problematiek erg op prijs stel. Wel constateer ik een paar misverstanden, waar ik graag even op reageer.
Volgens mij lopen er een aantal zaken door elkaar. Eerst zul je moeten bekijken of je vindt dat rechthebbenden recht hebben op een vergoeding als hun werk wordt gebruikt. Pictoright vindt van wel en wordt daarin gesteund door het auteursrecht. Maar omdat Pictoright tegelijkertijd het belang inziet van digitaliseringsprojecten zoals die van het Nationaal Archief, hebben wij erg ons best gedaan om tot een regeling te komen waarin zowel rekening wordt gehouden met de belangen van het archief als met de belangen van de rechthebbenden. Wij hebben ons daarbij –net als het Nationaal Archief- zo constructief mogelijk opgesteld, wat uiteindelijk tot de overeenkomst heeft geleid.
Bij de besprekingen over een regeling hebben we inderdaad ook een oplossing gezocht voor de zogenaamde verweesde werken. Bij grotere digitaliseringsprojecten kan het lastig zijn te achterhalen wie de rechthebbenden op afbeeldingen zijn. Belangrijk daarbij is je te realiseren dat het niet om scherp afgebakende hoeveelheden foto’s en groepen makers gaat. Het hangt er maar vanaf hoeveel tijd en energie je erin steekt. Hierover bestaat nog lang geen overeenstemming. Wat bijvoorbeeld te doen als je er wel achter bent wie de maker van een foto is, maar die maker (of zijn erfgenamen) moeilijk kunt bereiken? Uiteindelijk geldt natuurlijk dat hoe meer moeite je doet, hoe meer rechthebbenden je zult kunnen achterhalen. Maar die individuele zoektochten zijn ontzettend arbeidsintensief en leiden in de regel niet tot een dekkende oplossing. Daarom is een regeling zoals wij die aanbieden ook zo praktisch. Door zo’n regeling met ons aan te gaan, hoef je als archief niet al die energie in zo’n zoektocht te steken. Wij zien het zelf dan ook als een belangrijke dienst die wij aan de archieven kunnen verlenen. Overigens zijn makers op geen enkele wijze gedwongen om via Pictoright hun werken te exploiteren. Daarom hebben we in dit soort regelingen ook altijd een opt out (waar de makers vrijwel nooit gebruik van maken).
In dit soort discussies wordt ook vaak Creative Commons genoemd. Dit sympathieke initiatief is echter ongeschikt om hier een rol te spelen, aangezien je voordat je een werk onder een dergelijke licentie kunt aanbieden eerst de individuele toestemming van de rechthebbende nodig hebt en dat is bij de verweesde werken nu juist het probleem! Overigens is Creative Commons slechts op incidentele basis interessant voor makers die moeten leven van de inkomsten die uit het gebruik van hun werk voortvloeien. Maar dat is weer een andere discussie.
Vincent van den Eijnde,
Directeur Pictoright
Dank voor deze reactie, een mooie aanvulling. Wij verschillen van mening omdat ik vind dat je voor materiaal dat in een archief ligt en buiten de markt is geplaatst, niet per definitie vergoedingen hoeft te betalen. Zie ook mijn antwoord aan Wouter Daemen.
Dat Pictoright zich gesteund weet door de wet – dat is nu juist het probleem, die wet!
Van de opt-out mogelijkheid wist ik niet, dat is heel netjes. Als weinigen daarvan gebruik maken, bewijst dat overigens niet dat de anderen werkelijk allemaal een vergoeding willen. Hoevelen zouden zich melden, voor de ‘centen’ waar sprake van is, als er een opt-in regeling was? (En inderdaad, dat zou evenmin bewijzen dat het rest niet kon schelen.)
Ook in je reactie staan “de belangen van de rechthebbenden” tegenover die van het archief, alsof het niet óók in het belang van fotografen is dat hun werk goed toegankelijk is, en gezien wordt. Alsof dat per definitie botst met hun financieel belang.
Het stoort mij dat dat aspect niet wat meer aandacht krijgt. Het is toch niet niks dat er tientallen miljoenen belastinggeld worden gestoken in het levend houden van dit *erfgoed*. Hoeveel fotografen zijn er niet die al jaren niet of nauwelijks aan werk verdienen? Mooi toch als de moeite wordt genomen het op het web toegankelijk te maken!
Toch gaat de discussie steeds over beperkingen en vergoedingen – welk gebruik is het eigenlijk dat in de hand gehouden moet worden, en waartoe? Als werk niet eenvoudig vindbaar en toegankelijk is, dan zal het dikwijls helemaal niet gebruikt worden. Wat is dan de winst voor de maker?
Al wil de wet het anders, de enige rationele weg is alle verweesde werken op het web, zodat rechthebbenden zich kunnen melden. Dat levert ons allen veel moois op, doet niemand kwaad en bespaart veel papierwerk.
Het e.e.a. vraagt nog om een korte reactie van mijn kant (Spaarnestad Photo), betrokken bij het project Beelden voor de Toekomst als samenwerkingspartner van het Nationaal Archief.
De oproep om de wet te wijzigen en de verweesde werken op het web te publiceren is zowel idealistisch als lovenswaardig. En zeker de moeite om voor de vechten, echter:
Ondertussen wordt het Nationaal Archief in deze discussie grote mogelijkheden toegedicht waarbij zij met beroep op de redelijkheid de wet zou mogen/moeten overtreden om de beelden te delen met de wereld. Het liefst zouden alle beelden onder CC licenties via het web online verspreid moeten worden.
Hoe aantrekkelijk de gedachte ook is en vanuit een publiek belang gerechtvaardigd; je vraagt aan de overheid haar eigen wetten te overtreden. Die rol kan en mag het Nationaal Archief niet op zich nemen. Dat er ondertussen op allerlei niveaus én wereldwijd gesproken wordt om een oplossing voor de verweesde werken te vinden mag duidelijk zijn. Echter, de bedachte oplossingen tot nu toe (zoals Wouter beschrijft) zijn niet vernieuwend en maken het eerder nog lastiger, vooral voor grote digitaliseringstrajecten. Het geeft maar weer aan dat de wettelijke mogelijkheden zeer, zeer klein zijn. In die ruimte probeert Pictoright te manoeuvreren en het voor Beelden voor de Toekomst/Nationaal archief mogelijk te maken dat de beelden in ieder geval in eigen digitale omgeving getoond kunnen worden.
Daarnaast moet worden bedacht dat digitalisering belangrijk is voor de conservering. Je kan de originelen dan beter bewaren en opslaan voor de toekomstige generaties. En op een gegeven moment zijn de beelden wel rechtenvrij en kunnen dan ‘naar buiten’ worden gebracht, één van de opdrachten van het Nationaal Archief. Kijk maar op ‘Flickr – The Common ‘ of op Wikipedia . Ondertussen is het beeld nu wel beschikbaar voor mensen die de Nationaal Archief collectie willen inzien via de online beeldbank.
Het alternatief op dit moment is om de beelden niet te digitaliseren, achter slot en grendel bewaren tot je zeker weet dat de rechten verlopen zijn. Daar is het publiek uiteindelijk het minst mee gediend.
Peter van den Doel
Directeur
Spaarnestad Photo
Intussen heeft NAI een belangrijke stap gezet in de omgang met beeld in de collectie, zie http://www.archief20.org/profiles/blogs/dit-beeld-is-vrij-te-gebruiken. Erg interessant is ook de argumentatie, en de opmerkingen over het gebruik van CC-licenties waar je het niet verwacht.
Gauw lezen!
De discussie wordt steeds interessanter en ik ben blij dat ook anderen zoals Wouter Daemen zich in dit gesprek gemengd hebben. Op 11 januari blogde ik namens bmice (business model innovatie cultureel erfgoed) over deze kwestie, waar Wouter toen eveneens een uitgebreid antwoord gaf. En helemaal mooi is dat Pictoright nu zelf reageert. Met zo’n discussie kunnen we misschien een grotere ontwikkeling op gang brengen. Dat er behoefte is aan een snellere en wellicht rigoureuzer ontwikkeling, bleek al tijdens een studiemiddag over copyright op erfgoed die op 29 oktober 2010 georganiseerd werd door de SAE (Stichting Academisch Erfgoed) en de VSC (Vereniging van Science centra en musea in wetenschap en techniek). Ik denk dat we deze kwestie niet juridisch kunnen oplossen, maar het moeten zien als een transitie, een onderdeel van een ingrijpende maatschappelijke omwenteling waarin een andere kijk auteursrecht en verdienmodellen deel van uitmaken. In dat kader voeren Pictoright en het NA ten aanzien van auteursrecht een achterhoede gevecht. Ik ben benieuwd hoe een (nabije) toekomst zonder auteursrecht eruit zou zien, wat daarvoor dient te veranderen en wat het kan opleveren.
Ik meng me een beetje laat in deze discussie en dus zijn er heel veel aanknopingspunten voor mijn reactie. Ik beperk me hierbij tot de in mijn ogen meeste belangrijke punten. Mijn reactie geef ik als hoofd van Creative Commons Nederland en als iemand die in het kader van het project Beelden voor de Toekomst zijdelings betrokken was bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen NA en Pictoright:
1) Creative Commons is inderdaad geen oplossing voor het probleem met verweesde werken van het Nationaal Archief (en andere erfgoedinstellingen). Creative Commons-licenties kunnen alleen door rechthebbenden toegepast worden (een CC-licentie is uitdrukking van het feit dat een rechthebbende besloten heeft sommige van zijn/haar rechten vrij te geven) en dus niet door instellingen die werken van anderen beheren, maar niet over het auteursrecht op deze werken beschikken. Wat dit betreft heeft Vincent volledig gelijk.
2) In tegenstelling tot wat Vincent hierboven beweert is Creative Commons niet alleen maar incidenteel interessant voor makers: drie van de zes Creative Commons-licenties maken een verschil tussen niet-commercieel gebruik (deze is vrij toegestaan) en commercieel gebruik (hiervoor is toestemming van de maker vereist). Er zijn veel voorbeelden van professionele makers die niet-commercieel gebruik vrij toestaan en hun inkomsten uit commercieel gebruik van hun werken generen. In de context van toegang tot cultureel erfgoed kan een dergelijke benadering juist helpen om zowel de belangen van makers alsook die van het publiek te waarborgen. Cultureel erfgoedinstellingen als het NA mogen dan werken kosteloos toegankelijk maken (zie de positie van wouter/NA) terwijl commercieel gebruik van dezelfde werken alleen na toestemming (lees betalen van een vergoeding) van de maker toegestaan is. Het zou dus interessant kunnen zijn om te onderzoeken of dit element van de Creative Commons-licenties in massadigitaliseringsovereenkomsten toegepast kan worden.
3) Ik denk dat de discussie of het NA beter wel of geen inbreuk op het auteursrecht kan maken hier niet echt verder helpt. Zolang het auteursrecht niet gewijzigd wordt (de enige echte oplossing) zal iedereen die werken gebruikt zonder toestemming van (onbekende) makers/rechthebbenden inbreuk maken op het auteursrecht. Dat gebeurt dus ook in dit geval. Het NA maakt op grote schaal inbreuk op het auteursrecht van onbekende rechthebbenden en Pictoright faciliteert dit door het NA een vrijwaring aan te bieden. Het feit blijft bestaan dat noch het NA noch Pictoright toestemming hebben van de rechthebbenden in kwestie. Toch lijkt dit op dit moment een van de weinige institutionele arrangementen die instellingen als het NA in staat stellen om deze werken toegankelijk te maken. Beide partijen nemen hiervoor een risico en dat is in beide gevallen lovenswaardig.
4) Desalniettemin is deze constructie natuurlijk niet de enige oplossing voor het probleem: In de voorliggende constructie levert Pictoright een dienst aan het NA: het minimaliseren van het risico van het openbaar maken zonder toestemming. Deze dienst zou ook door andere partijen dan Pictoright geleverd kunnen worden. Bijvoorbeeld door de overheid (door een fonds op te richten voor vergoedingen aan makers die zich alsnog melden) of door meerdere erfgoedinstellingen die zelf een dergelijk fonds oprichten. Het zou mooi zijn als er meer pilotprojecten komen waarin het risico op verschillende manieren geminimaliseerd wordt. Op termijn zal dan duidelijk worden wat een redelijke vergoeding voor deze dienst is. Het is waarschijnlijk dat deze niet met de door Pictoright gehanteerde tarieven overeenkomt. Indien er slechts heel weinig makers naar voren komen zal dat uiteindelijk kunnen leiden tot lagere kosten voor het openbaar maken van verweesde werken.